Alweer een nieuwe Cup auto in de maak…

We mogen wederom een nieuwe deelnemer verwelkomen in de BMW Compact Cup. René Verhagen tekende het verhaal op van Jan Groote Beverborg en zijn zoon Ralph, die samen een B19 auto aan het opbouwen zijn.
Een interview. Ik? Ik heb nog nooit iemand geïnterviewd. Hoe moet dat dan? Kan ik dat wel? De basis van een interview is vragen stellen. En aangezien ik er nu al een paar gesteld heb aan mezelf, moet dat bij een ander ook wel lukken denk ik dan maar. Jos Jaspers, de collega Compact Cupper die me hiervoor gestrikt heeft, draagt Jan Groote Beverborgh aan. Want Jan is een Compact Cup-auto aan het opbouwen.
Ik neem contact op met Jan en hoor aan zijn Achterhoekse accent dat een eenvoudig effe bakkie doen er niet inzit. Ik woon in Haarlem en zie niet hoe we de afstand kunnen overbruggen zonder daar een middag voor op te offeren. Maar wacht, we leven in een digitale tijd. Wat als ik Jan gewoon een vragenlijst mail? Waarom niet? En dan schrijf ik het zo, dat het net lijkt of ik erbij ben geweest. Vraag wat foto’s op. De boel een beetje opleuken en klaar.

Jan, wat leuk je te zien! (Ik heb geen idee hoe hij eruit ziet, maar speel het even mee…) Vertel eens, wat trekt jou zo aan in de autosport?
Jan antwoordt gepassioneerd. “Ik volg al sinds mijn zestiende de autosport. Na verloop van tijd dacht ik, ik moet zelf ook wat doen in de auto sport. Dus heb ik vier jaar geleden mijn rallylicentie gehaald. En vorig jaar mijn racelicentie.”
Zo, Jan, je gaat ervoor. Althans. Waar ga je eigenlijk voor?
“De Peugeot 206 Cup.” Huh? “Nee. Daar deed mijn zoon Ralph aan mee, maar daar werd niet veel mee uitgereden door alle problemen met de auto. En ik vond de BMW cup wel een interessante klasse. Ik heb een keer met een track day meegereden en ik was verkocht. Dus dacht ik, dat wordt voor mij een BMW! Ralph was het er eerst niet zo mee eens, maar hij trekt bij. Ik heb inmiddels nog een BMW erbij gekocht. Eén wordt groen met oranje en één wordt groen met geel.”
Mijn ogen worden waterig. De band van vader en zoon, hechter dan ooit door autosport. Wat is er nou mooier dat dit? Maar is er ook rivaliteit? Wie van jullie twee is sneller? Vader of zoon?
“Mijn zoon. Hij is echt een bikkel. Hij heeft zijn licentie sinds 2016 en heeft meer wedstrijden gereden. Met de Peugeot rijdt hij een rondetijd van 2:13 met ABS-problemen en inhouden van de motor. Mijn snelste tijd is 2:20. Als de auto’s klaar zijn, gaat Ralph wedstrijden rijden en ik doe eerst track days om in het ritme te komen.”
Weleens gecrasht? “Ik ben er al een paar keer flink af geweest. Ik liet het gas los in de Peugeot, vloog met de auto rond en al ronddraaiend ging ik weer verder. Zonder stil te staan. Mijn zoons noemen mij daarom Jean Piro. Ik denk dat ik met de BMW beter zal rijden,” lacht Jan (denk ik).
Hoe kom je eigenlijk aan de BMW en hoe ver ben je ermee?

“Ik heb deze BMW via een BMW garage gekocht. De rolkooi van Erwin Sukkel zit er al in. Alle overige materialen hebben we gekocht om de auto verder op te bouwen.
Het differentieel houden we nog standaard. In de andere BMW wil ik een KNAF kooi zetten om een keer een rally te rijden, daarna blijft deze ook alleen voor Zandvoort.”
Jan, ik vind het allemaal spannend, top, geweldig, stoer en heroïsch wat jij en Ralph gaan doen. Maar hoe denkt je vrouw erover?
“Ach, de eerste keer dat zij mee ging naar de race van Ralph, ging hij eraf. Hij raakte net de vangrail, maar met heel weinig schade. Ralph zei tegen haar dat het nul komma nul nul nul eng is en dat het wel goed gaat. En ik vulde aan dat het erbij hoort. Je hebt geluk of pech.
Dus tja, ze vindt het allemaal wel goed. Als wij maar voorzichtig zijn.” Dat sluit mooi aan op mijn persoonlijke levensmotto, Jan. We gaan hard. En voorzichtig. Ik schud Jan (virtueel) de hand. Het ga je goed, Jan. See you on the track!
En dan zie ik je in het echt…